Documentaire: Tijdgravers

Vang het Zeeuwse leven. Sla het op, bewaar het in stofvrij papier en plastic, plak er namen, data en plaatsen op. Dat is wat het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen doet. Al 251 jaar. In 2019 werd het 250-jarig bestaan groots gevierd, beschermvrouwe prinses Beatrix was erbij. Nu, als een verrassende nabrander, heeft Fifi Visser een film gemaakt over de conservatoren van het genootschap: ‘Tijdgravers’. Over de tientallen vrijwilligers die zich verdiepen en verliezen in de botten, schelpen, fossielen, schedels, tekeningen, kaarten, handschriften, opgezette vogels, schilderijen en wat al niet meer. De ondertitel verduidelijkt: ‘Berichten uit het pakhuis van de eeuwigheid.’ Maandag 1 juni gaat de film in première in Cinema Middelburg. Eerst denk je: het Zeeuws Genootschap, belegen, stoffig, saai. Dan zie je conservator Mark Bosselaers met het fossiele achterhoofd van een kleine walvis in de weer. Lange witte baard, mooie Vlaamse tongval, hij wijst op het trommelvlies, de neusgaten, het spuitgat. De kleine botten die in het binnenoor thuis horen – het hamertje en het aambeeld – heeft hij er los bij. Willen weten hoe de evolutie in zijn werk is gegaan, hij noemt het een ‘mentale ziekte’. ,,Ik kan niet ontkennen”, hoor je hem zeggen, ,,wie hier in het depot zit, elke week, elke maand, dat zo’n mens een beetje wereldvreemd is.” Om er meteen aan toe te voegen: ,,Door die wereldvreemde mensen hebben we meer inzicht in hoe onze wereld gebouwd, geconstrueerd is.”

Conservator Mark Bosselaers – still uit de film Tijdgravers

Wereldvreemde mensen, daarmee doelt hij op zichzelf en zijn mede-conservatoren, meer dan twintig in totaal. Fifi Visser noemt haar film ‘een ode aan de conservatoren van het Zeeuws Genootschap’. Ze laat ze ieder voor zich hun fascinatie etaleren. Op zo’n manier dat je als kijker ook enthousiast wordt. Hoor bioloog Gerard Heerebout tussen de opgezette vogels en dieren op ‘sterk water’: ,,Door al die objecten zie ik de achterliggende geschiedenis. De zeevaart in de zuidelijke Atlantische Oceaan, de verandering in het watersysteem van de Oosterschelde. Het is onze geschiedenis, het hoort bij ons, het is een deel van onszelf. Het is allemaal dood, maar voor mij leeft het.”

Conservator Gerard Heerebout – still uit de film Tijdgravers

‘Het verleden is voorbij’
In een volgende scène zien we Marianne Gossije en Katie Heyning zich over een fossiel visje buigen. De maten genoteerd, een foto ervan gemaakt. Katie Heyning vertelt dat elke schelp, elke haaientand, elk pamflet moet worden geïnventariseerd. Het zal nog wel even duren voor dat karwei helemaal is geklaard. Als het over het fossiele visje gaat: dat wordt 488 miljoen jaar oud geschat.

Conservator Anna de Bruyn – still uit de film Tijdgravers

De prentenverzameling van het genootschap ligt opgeslagen in de kelders van het Zeeuws Archief in Middelburg. Anna de Bruyn laat een prent zien waarop de vloot van Michiel de Ruyter is getekend. ,,Het verleden is voorbij”, zegt ze, ,,je kunt er niet in terug. Maar zo’n tekening is overgebleven uit die tijd en vormt een klein oogje van de naald waar je net doorheen kunt spieken.” Het licht in het depot is voorzien van een tijdklok en een sensor. Als het uitgaat geeft ze een klap op de archiefkast en verdrijft daarmee de duisternis.

Oog in oog met schatgravers
Zo brengt de Middelburgse filmmaakster Fifi Visser ons oog in oog met de schatgravers en schatbewaarders van het Zeeuwse verleden. Alles wat ze in hun handen nemen, is dood. Schedels van mensen, botten van wolharige neushoorns, opgezette zeearenden, kleppen van paalwormen, bijna verbrande handschriften die verpulveren als je erin bladert. De gesprekken worden afgewisseld met close-up opnamen van de objecten: de veren van de opgezette vogels, een kaart vol strijd in het Land van Cadzand, een op sterk water gezet krokodillenjong. Zo uitgelicht en in beeld gebracht dat je de fascinatie van de conservatoren kunt begrijpen. De Middelburgse componist Douwe Eisenga voorzag juist die scènes van de voor hem kenmerkende, stuwende muziek.

,,Niets staat alleen, alles grijpt in elkaar” – dan zitten we tussen de ladekasten vol schelpen. Er komen meer levenslessen voorbij. Mark Bosselaers formuleert het zo: ,,Wat eigenlijk interessant is aan het werken met fossielen is dat je gewend zijt aan dood, dingen die noodzakelijkerwijs hier eventjes rondzwemmen en dan doodgaan. Als mens zijn we altijd met onszelf bezig en oh als ik maar niet doodga. Hier gaat het over soorten, over families die volledig verdwijnen zonder dat we daar een reden voor hebben. Waarom is zo’n groep van tientallen walvisachtigen verdwenen, waarom bestaat die niet meer? Dat probeer ik te achterhalen. In principe stellen we vast dat de hoger ontwikkelde zoogdieren maar twee, misschien drie miljoen jaren blijven bestaan. En ja, dan hebben we voor de mens eigenlijk slecht nieuws. We zijn al bijna aan die twee miljoen jaar. Dus onze tijd zit er technisch gesproken een beetje op.”

(Tekst: Jan van Damme, PZC, 20 mei 2020)

Reacties zijn gesloten.