Eens dekte deze steen een graf

19 juni 2021

In de verzamelingen van het Genootschap bevindt zich een doormidden gebroken, taps toelopende steen van rode Bremer zandsteen versierd met een patroon van strepen en twee grote andreaskruisen aan hoofd- en voeteneinde. Eens dekte deze steen de sarcofaag van een voornaam persoon, die zijn of haar laatste rustplaats vond in de inmiddels verdwenen kerk van Brigdamme. In de middeleeuwen een redelijk welvarend dorp, nu een buurtschap iets ten noordwesten van Middelburg. Wie deze steen, die uit de dertiende eeuw dateert, liet maken en wanneer hier iemand onder begraven werd, is helaas niet meer te achterhalen.

De oudste berichten over deze aan de heilige Martinus gewijde kerk, die nog te zien is op de kaart van Middelburg van Jacob van Deventer uit ongeveer 1550 en gelegen was op een oude vliedberg, dateren uit de eerste jaren van de dertiende eeuw. Over de geschiedenis van deze kerk is maar heel weinig bekend. Slechts af en toe duikt in de archieven een vermelding op van een altaar of de stichting van een vicarie. Wat we wel weten, is dat het noodlot in de zomer van 1562 toesloeg. Op 1 juni van dat jaar werd de kerk namelijk in brand gestoken door de 27-jarige Leunis Dommis uit Souburg. Uit wraak omdat hij door zijn baas betrapt was op het stelen van een hemd en daarna was ontslagen. Waarom hij zijn frustraties op deze kerk uitleefde, is een raadsel. Mogelijk was hij hierheen gevlucht en stak hij het gebouw in brand in een poging te ontkomen aan het gezag. Of was dit het gebouw waar zijn baas ter kerke ging en leefde hij daarom zijn frustraties hier uit? Hoe het ook zij, Leunis werd opgepakt, zijn goederen geconfisqueerd en de man zelf ter dood veroordeeld. Op 1 juni 1562 werd hij op de staak even buiten Middelburg levend verbrand.

De kerk was door zijn toedoen volkomen uitgebrand en men besloot de ruïne daarna niet meer op te bouwen. Voortaan werd er door de bewoners in het nabijgelegen St. Laurens gekerkt. Wel bleef men deze locatie tot diep in de negentiende eeuw als begraafplaats gebruiken. Verschillende tekeningen in de collectie van het Genootschap laten het voortgaande verval in de daaropvolgende eeuwen goed zien. In mei 1892 stond er alleen nog een stuk muur van ongeveer acht meter hoog opgebouwd uit tien lagen moppen zonder enige versiering. Deze laatste restanten werden in 1944 in opdracht van de Duitse bezetter gesloopt. Brigdamme werd gezien als een strategisch punt bij de verdediging van Walcheren, de bouw van een bunker op deze plaats achtte men gezien de oorlogsontwikkelingen noodzakelijk. De hoogte waar eens de kerk op had gelegen, werd voor de bouw gedeeltelijk afgegraven en de vrijgekomen grond als camouflage op reeds voltooide bunkers elders op het eiland gestort. Met de daarbij tevoorschijn komende beenderen en doodshoofden werd tot ontzetting van velen uiterst oneerbiedig omgegaan. Vooral door de lokale jeugd die met schedels gevoetbald zou hebben. Kort hierna luidde de inundatie van Walcheren in oktober 1944 een volgende fase voor deze oude vliedberg in. De hoogte die droog bleef, werd nu een veilige haven voor de kippen en schapen uit de omgeving.

Toen men een paar jaar later werk ging maken van de wederopbouw van Walcheren besloot het gemeentebestuur van St. Laurens de Duitse bunker te slopen en van de vliedberg een plantsoen te maken. Een besluit dat de weg vrijmaakte voor archeologisch onderzoek naar het oude kerkgebouw. In november en december 1948 werd de hoogte afgegraven onder leiding van ir H. de Lussanet de la Sablonière, de architect die ook de restauratie van de zwaargehavende Abdij in Middelburg begeleidde. Het Zeeuwsch Dagblad van 6 januari 1949 besteedde er uitvoerig aandacht aan. De middeleeuwse kerk bleek gebouwd te zijn met moppen van 33 x 15 x 8 cm op een fundering van fragmenten van rode Bremer zandsteen. Onder het midden van de kerk kwam een overwelfde grafkelder met de restanten van twee stoffelijke overschotten tevoorschijn. Op de vloer van het koor vond men een nog gave sarcofaagdeksel. Nadat alles was opgemeten en in kaart gebracht, werd het terrein dichtgegooid en geëgaliseerd. De moppen en een deel van de stukken Bremer zandsteen werden door de Rijksgebouwendienst aangekocht en gebruikt bij de restauratie van de Abdijgebouwen in Middelburg. De gave zerk werd tezamen met drie schedels aan het Zeeuws Genootschap geschonken. De zerk is in de Collectie online opgenomen onder inv.nr. G1867.

Katie Heyning, conservator Kunst en kunstnijverheid

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.