uitgelicht
collectie-
stuk
Blog 95 De kerk van Kapelle onthult namen van rederijkers
Auteur(s) op 28 november 2022
Trefwoord(en)
Discipline(s) ,

Terug naar overzicht blogs

Een deel van de projectgroep Rederijkers in Zeeland bracht eind oktober 2022 een bezoek aan de monumentale dorpskerk van Kapelle. Er was reden om aan te nemen dat die kerk voor ons onderzoeksveld een interessant gebouw zou kunnen zijn. En dat bleek.

Het is niet waarschijnlijk dat iemand meer over deze kerk weet te vertellen dan de heer G.J. Lepoeter. Hij schreef er twee grondig gedocumenteerde boeken over. [1] Daarom hadden we hem gevraagd ons in te leiden in de geschiedenis van ‘zijn’ kerk en ons daarna ook nog wat rond te leiden. Een betere gids in dit gebouw konden we ons niet wensen. Van elk detail van het kerkgebouw weet hij uit het hoofd de finesses te vertellen. En er zijn veel interessante details in dit imposante gebouw. Het is een prachtige kerk die een bezichtiging meer dan waard is. In het interieur vallen bijvoorbeeld de twaalf apostelbeelden in de zijbeuken op, die gesneden zijn uit het hout van de dragers van het dak.

Hoog in de vier hoeken van het schip zijn vier beelden van kerkvaders te ontwaren; zij schragen het dak van het schip. Het zijn beelden uit de tijd van voor de reformatie, in Kapelle heeft in 1566 geen beeldenstorm gewoed. Het dak dat ze schragen is bijzonder fraai gedecoreerd met sjabloonschilderingen. Er is een 17e-eeuwse preekstoel, een herenbank uit 1642 en hoog daarboven troont het fraaie Bätz-Witte orgel. In het noordkoor staan de koorbanken uit het begin van de 16eeuw die plaats boden aan de kanunniken toen de parochiekerk kapittelkerk was geworden. In het zuidkoor staat een grote graftombe op de plaats waar voor de reformatie het hoofdaltaar stond. Over al die bijzondere elementen van zijn kerk geeft de heer Lepoeter je uit de losse pols de historische details.

We hadden natuurlijk speciale belangstelling voor de noorderkapel uit de eerste helft van de 16eeuw. Die moet namelijk het graf zijn geweest van Hendrik van Bruelis. ‘De veronderstelling dat de kapel gebouwd werd in opdracht van de heren Van Bruelis, ligt voor de hand. Van de ambachtsheer Hendrik van Bruelis is bekend, dat deze omstreeks de bouwtijd van de kapel in Kapelle een overheersende rol speelde’. [2] Zo was hij de drijvende kracht achter de verheffing van de parochiekerk tot kapittelkerk in 1503. [3] Weer wat later, in 1508 was hij één van de oprichters van de Kapelse rederijkerskamer De Wijngaartranke. [4] Deze kapel was dus zijn grafkapel. Latere gebruikers van de kerk was dat blijkbaar niet bekend: in later tijden werd er een deur naar buiten in gemaakt zodat de brandspuit er gestald kon worden.

En toen leidde de heer Lepoeter ons langs de grafstenen die tegen de muur van de zuidbeuk staan opgesteld. Die vormen in deze kerk beslist een opvallend interieurelement. Zwart en dreigend staan ze daar, 22 in getal. Ooit lagen ze natuurlijk in de vloer, maar bij een herinrichting van de kerk in 1894 zijn ze rechtop tegen de zijwand geplaatst. Verspreid door de kerk liggen nog 22 andere stenen.

De vierde steen van links trekt onze aandacht doordat er een zinspreuk op lijkt te staan: ’t Is al gheleden. Dat moet een rederijker geweest zijn, meent een van ons. Anderen aarzelen: het lijkt toch meer een verzuchting bij een overlijden, het lijden in dit aardse leven is voorbij. De spreuk staat bovendien op de steen van een vrouw, dat maakt het als zinspreuk minder waarschijnlijk, want vrouwen waren doorgaans geen lid van rederijkersgezelschappen.
Die grafstenen intrigeren. De meeste zijn uit de 16eeuw, er zouden behalve Hendrik van Bruelis ook wel andere rederijkers in deze kerk begraven kunnen zijn. Er zijn er bijvoorbeeld nogal wat van priesters en kanunniken. Een medeoprichter van de rederijkerskamer, Jan Corneliszoon Brouwer, was zo’n kanunnik. Staat of ligt zijn steen hier ook? Nee, zo te zien niet.

Terug thuis Lepoeters boek er toch nog eens op nageslagen. Daarin staan immers alle 44 stenen beschreven, compleet met transcripties van de tekst op de stenen. Er is geen steen van Brouwer. Op veel stenen staan aansporingen aan de beschouwer in de trant van ‘bidt voor de ziele‘. Maar op de steen met het nummer 27, dat is een liggende steen in de zuidbeuk, staat iets heel anders: ‘Hier leyt begraven Geert Jacobszone Spaert sterf 1554 den 5n Meerte ende Anna Jacobsdochter sijn huysvrouw sterf anno 1559 de 18n October. Spaert te tijt‘. Die laatste drie woorden lijken me zeker een zinspreuk van een rederijker: een persoonlijk motto met de familienaam erin verwerkt. Aan de andere kant, in de noordbeuk, ligt er nog een die we niet opgemerkt hebben, nummer 39, zwaar beschadigd: ‘… Cornelis… sterf anno 15.. …dach September …Spaer te tije‘. Deze spreuk lijkt een variant op die eerste. Aan zijn zinspreuk te zien was deze Cornelis waarschijnlijk ook een Spaert. Mogelijk waren ze broers, of vader en zoon. Als naam komen we Spaert of Spaart verder (nog) nergens tegen.

Het Toponymisch Woordenboek van Oost- en Zeeuws-Vlaanderen vermeldt ‘spaart’ als een stuk land, een hoek, een veldnaam dus. [5] In het buitengebied van Kapelle, vlakbij de plaats van het voormalige slot Maelstede, loopt de Spaartweg. Tot halverwege de 20eeuw heette die Sint Maartensweg. Heeft de gemeente die weg toen naar de familie Spaart genoemd of naar een stuk grond dat daar als ‘spaart’ bekend was?

Toen we in de kerk de rechtop staande stenen bekeken, hebben we niet gelet op de liggende stenen. We zijn er gewoon overheen gelopen. Toch goed dat de heer Lepoeter het allemaal al in zijn boek had opgeschreven. Het bezoek aan ‘zijn’ leidde tot het lezen in zijn boek. Dat leverde twee namen op van Kapelse rederijkers die we nog niet kenden. We kenden de namen van de drie oprichters: ambachtsheer Hendrik van Bruelis, kanunnik Jan Corneliszoon Brouwer en schoolmeester Hubrecht Janszoon van der Gois. Daar kunnen we er nu twee aan toevoegen: Geert Jacobszoon Spaert en zijn boer of zijn zoon Cornelis. Dus dat is vijf.

Het was een vruchtbare middag.

Bram le Clercq

 

Afbeeldingen

1. De heer Lepoeter
2. Grafstenen in de kerk
3. Kapelle 17e eeuw

Noten

[1] G.J. Lepoeter, De geheimen van de kerk van Kapelle onthuld; van Onze-Lieve-Vrouwekerk tot huis voor het Woord; Goes, 1996. Na dit monumentale boek stopten zijn onderzoekingen niet, zodat een vervolguitgave op den duur noodzakelijk was: G.J. Lepoeter, Als de stenen konden spreken; Supplement op het boek ‘De geheimen van de kerk van Kapelle onthuld (1996)’; Kapelle, 2020.
[2] Lepoeter, De geheimen, 48.
[3] Zie voor de gang van zaken rondom die verheffing tot kapittelkerk: C. Dekker, Het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Kapelle en de stichting van de parochie Biezelinge. Goes, 1979.
[4] Zie voor de oprichting van De Wijngaartranke: Arjan van Dixhoorn, ‘Rederijkers in een Zeeuws dorp; oprichting en organisatie van de rederijkerskamer de Wijngaardranken te Kapelle in de eerste helft van de zestiende eeuw’; in: Zeeland, jaargang 10, nummer 2, juni 2001, 57-64.
[5] Te vinden op https://bouwstoffen.kantl.be/tw-ozvl/search/?q=spaart&pr=1,2,3,4,5, laatst geraadpleegd op 24-11-2022.

terug naar Rederijkers in Zeeland

Geef een reactie