Zeeuws Genootschap: Geen koloniale roofkunst in onze collectie

8 oktober 2020

(PZC, 8 oktober 2020, Frank Balkenende)

Kunst die uit de voormalige Nederlandse koloniën is geroofd moet ‘onvoorwaardelijk’ worden teruggegeven als het land van herkomst daar om vraagt. Dat adviseert een speciale commissie aan het kabinet. Ligt er in de Zeeuwse musea ook koloniale roofkunst?

Vrijwel alle koloniale kunst- en gebruiksvoorwerpen die bij het Zeeuws Museum tentoon worden gesteld dan wel in depot liggen, zijn eigendom van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW). Sinds de oprichting in 1769 is er verzameld. Zelden ging er iets de deur uit. De volkenkundige collectie bestaat vooral uit voorwerpen uit overzeese gebiedsdelen. In de achttiende eeuw was het in de mode om kunst maar ook gebruiksvoorwerpen uit exotische landen te exposeren. Rariteiten, daar was het Nederlandse publiek dol op.

Hoofdtooien
“In totaal bezitten we duizend objecten”, zegt Erik van der Doe, conservator van de etnografische collectie van het Zeeuws Genootschap. Soms werden ze aangekocht, maar dikwijls betrof het schenkingen. De collectie varieert van vier hoofdtooien uit Brits Guyana (waar ooit veel Zeeuwen zich ophielden), kledingstukken van de Noord-Amerikaanse Zwartvoetindianen tot bronzen ‘goudgewichtjes’ uit Ghana. En van een mummie uit Egypte, boeddhabeelden uit India, een muts van een Afrikaans stamhoofd, eenvoudige pijlen en bogen uit Java en Borneo tot aardewerken gebruiksvoorwerpen uit Suriname.

Als er kunst bij zit die uit koloniale gebieden is geroofd of door menselijk leed is verkregen, moet die terug als het land van herkomst daar om vraagt. Dat adviseert een commissie onder leiding van jurist en mensenrechtenactivist Lilian Gonçalves-Ho Kang You. De commissie overhandigde het adviesrapport vandaag aan minister Ingrid van Engelshoven van Cultuur. Gonçalves is duidelijk: ,,Als het niet aan jou toebehoort, dan moet je het teruggeven.” Dat is volgens haar ‘een erkenning van onrecht’.

Diamant
Een voorbeeld is de diamant die ooit van de sultan van Banjarmasin was en nu in het Rijksmuseum ligt. De Nederlanders hieven het sultanaat in het Indonesische Zuid-Kalimantan in 1859 op en stuurden de diamant naar Nederland. De adviescommissie oordeelt: roofkunst.

Zwartvoetindianen
Zulke dure juwelen zijn niet te vinden in de volkenkundige collectie van het Genootschap. Het koloniale erfgoed bestaat vooral uit gebruiksvoorwerpen, zegt Van der Doe. De conservator heeft een nauwkeurig beeld van de herkomst van de objecten in de collectie. ,,Een deel van de collectie is sinds 2017 beschermd erfgoed. Er is uitvoerig onderzoek gedaan naar de herkomst. Bijvoorbeeld kleding van de Zwartvoetindianen is ooit geschonken door de Zeeuwse avonturier Meinard Sprenger die in de negentiende eeuw een tijdje bij deze indianenstam heeft gewoond. Hij heeft er spullen geruild en gekocht.”

Netjes en eerlijk
Zo weet het Genootschap van de overgrote meerderheid van de stukken hoe ze zijn verkregen. Van der Doe: ,,Alle voorwerpen zijn beschreven. Van de meeste ook van wie ze afkomstig zijn, wie ze heeft meegenomen naar Nederland en wanneer dat was. Soms zitten er ook aanbiedingsbrieven aan het genootschap bij, bijvoorbeeld bij schenkingen. Van een aantal objecten is de herkomst onduidelijk. Die zal ook wel nooit boven water komen, gewoon omdat de informatie onvindbaar is. Maar ons beeld is dat er zeker geen geroofde voorwerpen tussen zitten. Het is allemaal netjes en op een eerlijke manier gegaan. En dan bedoel ik ook dat kostbaarheden niet voor een dubbeltje van inheemse inwoners zijn gekocht!”

Ook directeur Marjan Ruiter van het Zeeuws Museum, waar een deel van de collectie van het Genootschap zich sinds 2008 bevindt, weet zeker dat er in Middelburg geen koloniaal roofgoed ligt. ,,Toen de grote wereldmusea een paar jaar geleden beleid maakten voor roofkunst, hebben ook wij daaraan meegewerkt. Er is destijds uitvoerig onderzoek gedaan. De etnografische collectie is van alle smetten vrij.”

Open voor gesprek
De Ruiter en Van der Doe staan open voor elk gesprek over eventuele teruggave van objecten, mocht een land daar ooit om vragen. ,,Dat vergt wel overleg met het ministerie. De collectie is tenslotte voor een deel beschermd erfgoed”, onderstreept Van der Doe. De kans dat er iemand aanklopt, achten ze buitengewoon klein. Van der Doe: ,,Want we zijn geen enkel voorwerp tegengekomen waar een luchtje aan zit.”


Afbeeldingen:
– Maori-mantel 1750-1775, die is meegebracht door de Britse zeevaarder James Cook. Pieter van Damme schonk de mantel aan het Zeeuwsch Genootschap. © Zeeuws genootschap
– Veren hoofdtooi van Arawak of de Warrau uit wat nu Brits Guyana is. Het Zeeuws Museum in Middelburg heeft vier hoofdtooien in depot uit de etnografische collectie van Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Drie van deze ‘Indiaanse statiemutsen’ uit Essequebo en Demerary werden in 1776 en 1817 aan het Genootschap geschonken door Justus Tjeenk, Abraham Louijssen en Nicolaas Hugenholtz. © Anda van Riet en Mieke Wijnen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.