Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Dorp Walichrum evenknie van Dorestad

19 oktober 2020

Het dorp Walichrum voor de kust van Oostkapelle was een vooraanstaande nederzetting, die net zo belangrijk was als de middeleeuwse plaats Dorestad. Dat zegt archeologe en conservator Aagje Feldbrugge van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, samensteller van een tentoonstelling over Walichrum.  De tentoonstelling is te zien in het museum Terra Maris in Oostkapelle. De tentoonstelling heet: Vikingen op Walcheren? Vondsten, verhalen, feiten en fabels. De naam verwijst naar de grote aanval van Vikingen op Walichrum in het jaar 837, die door de monniken van de abdij Fulda in hun geschriften is beschreven.  Klik hier voor de uitzending van 16 oktober 2020 (het onderwerp begint na 9:15 minuten):

Belangrijke handelspost
De tentoonstelling gaat niet zozeer over de Vikingen, maar over de mensen die ze overvallen hebben; de inwoners van Walichrum. De nederzetting was een belangrijke handelspost, volgens Aagje Feldbrugge. “Er zijn bewijzen gevonden van ambachten en handel. Je kan aan de voorwerpen zien dat het echt een internationale post was. Je hebt invloeden van Scandinavische aard, van Frankische aard en Angelsaksische aard.”
Het hoge niveau van de beschaving in Walichrum blijkt volgens Feldbrugge uit de vondst van verschillende gebruiksvoorwerpen. Inwoners gebruikten kammen, oorsmeerlepeltjes en epileertangetjes om zichzelf te verzorgen. “Die epileertangetjes noemden ze ook wel baardtangetjes, die mannen dus gebruikten om hun baard te verzorgen. Maar deze tangetjes zijn in zowel mannen- als vrouwengraven aangetroffen. De mensen kregen ze mee in hun graf, zodat ze er ook in het hiernamaals verzorgd uit konden zien.”
De nederzetting Walichrum was in de 8ste en de 9de eeuw net zo belangrijk als Dorestad. Veel muntvondsten uit die periode wijzen daar op. In 837 werd Walichrum geplunderd door de Vikingen. De nederzetting was toen al eeuwenoud. Zo zijn resten teruggevonden van een boerderij uit de zevende eeuw. De bewoners hielden bijna uitsluitend schapen, waarvan de wol en huiden via Walichrum verhandeld werden. Het dorp lag ter hoogte van het kasteel Westhove, maar raakte in de loop der eeuwen overstoven door de duinen en verdween in zee.
De voorwerpen die bij de tentoonstelling in Terra Maris te zien zijn, zijn aangetroffen in graven op het strand. De duinen schoven door de wind landinwaarts. Walichrum lag dus eerst veilig achter de duinen, maar later onder de duinen en uiteindelijk in de vijftiende eeuw op het strand aan de zee.

Aagtekerke
“Inwoners verhuisden met hun spullen landinwaarts, naar bijvoorbeeld Aagtekerke of Domburg”, omschrijft Feldbrugge. “Grafvelden kun je niet meenemen. Die kwamen uiteindelijk op het strand weer tevoorschijn.” De graven zijn niet meer te zien op het strand tussen Domburg en Oostkapelle. Door zandsuppletie om de duinen te versterken, liggen de graven onder de oppervlakte.

Scandinavische invloeden
Volgens Feldbrugge is het niet zeker of sommige voorwerpen afkomstig zijn van Vikingen. “Sommige gebruiksvoorwerpen hebben Scandinavische of Noorse motieven, maar die kunnen hier ook terecht zijn gekomen door handel of door een huwelijksgeschenk.”
Sieraden van bewoners Walichrum. dat is overvallen door de Vikingen (tekst en foto: Omroep Zeeland)