Van mensenredder tot vuurtorenwachter

20 september 2021

Deze pentekening van de gebroeders Frans en Jacob Naerebout is een bijzondere. Het Zeeuws Genootschap werd in 1890 door een schenking eigenaar, maar had ook een rol gespeeld in het leven van Frans Naerebout. Onder de portretten was een gedicht te lezen van de blinde Zeeuws-Vlaamse dichteres Petronella Moens (1762-1843) die nationale bekendheid genoot door haar gedichten en boeken, én haar patriottisme en verzet tegen de slavenhandel.

“Menschlievenheid die schets van ’t Godlijk evenbeeld
In ’s aardlings geest gemaald kunt g’in verheve trekken
Der Eedle Nearebouts met zagten gloed ontdekken
Terwijl hun deugd zelfs God en ’t oog des Seraphs streelt.”

Frans Naerebout was de zoon van een Veerse visser die omstreeks 1750 met zijn gezin naar Vlissingen verhuisde om daar zijn bedrijf voort te zetten. Frans werd eerst visser, later loods en kreeg op dertigjarige leeftijd nationale bekendheid door de redding in 1779 van 87 bemanningsleden van het voor de kust van Zoutelande in moeilijkheden geraakte schip De Woestduin. Deze heldendaad van Frans en zijn broer, de visser Jacob Naerebout, was direct landelijk nieuws. De broers werden overladen met beloningen en eerbewijzen. Zij ontvingen van de Oost-Indische Compagnie achttienhonderd gulden en van de Hollandsche Maatschappy der Wetenschappen in Haarlem een gouden medaille.

Frans vervolgde in 1784 zijn loopbaan als loods bij de Oost-Indische Compagnie, waar hij regelmatig ook reddingen verrichtte. Gedurende de Franse tijd was Engeland de vijand en werd Naerebout tijdens een van zijn reizen gevangen genomen. Hij wist te ontsnappen en kon zich na terugkomst in Vlissingen weer verdienstelijk maken als loods. In de snel armer wordende stad werden de klussen, mede door de nagenoeg tot stilstand gekomen koopvaardij, voor zijn beroepsgroep echter minder en minder en het werk dat er was, werd steeds vaker gegund aan jongere collega’s. Naerebout was inmiddels de zestig jaar gepasseerd en moest op zoek naar aanvullende inkomsten, die hij vond in de garnalenvisserij. Nadat de Fransen uit Vlissingen waren vertrokken werd hij aangesteld als lantaarnopsteker in Goes en later als bode en opzichter van het dijkbestuur van de Lodewijkspolder en havenmeester van het Goese Sas, waar hij ook vuurtorenwachter werd.

In 1816 haalde het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen hem uit de vergetelheid en kreeg Naerebout honderd gulden voor bewezen diensten in het verleden. Eenzelfde bedrag ontving hij een jaar later van het Nutsdepartement in Goes. In datzelfde jaar werd hij door koning Willem de Eerste benoemd als Broeder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw, waardoor hij een jaarlijkse vaste uitkering ontving. Naerebout overleed in 1818 op zeventigjarige leeftijd.

Afbeelding: Portret van Frans (1748-1818) en Jacob (1743-1793.) Naerebout. Pentekening van J.W. de Winter, Collectie Online ZI-IV-0686)

Zie ook het eerdere artikel ‘De braave Naerebouten’: klik hier.

Peter van Druenen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.