Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Presentatie jubileumbundel: druk, sfeervol, informatief en aan het eind loodzwaar

19 december 2019

Op woensdag 18 december 2020 vond  de grote presentatie van de jubileumbundel van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen: Een hoger streven. Bouwstenen voor een geschiedenis van het Zeeuws Genootschap, 1769-2019. Het Genootschap bestaat in 2019 250 jaar en dat is de afgelopen 12 maanden uitgebreid gevierd met exposities, congressen, lezingen en een prachtig collectieboek. De bijeenkomst op 15 juni in de Sint-Jacobskerk in Vlissingen, bijgewoond door onze beschermvrouwe prinses Beatrix, was het hoogtepunt van de vieringen. De jubileumbundel, waarvan woensdag het eerste exemplaar door voorzitter Hugo Schorer werd overhandigd aan de cultuurgedeputeerde, Anita Pijpelink, is een speciale uitgave van Archief, het inmiddels ook 250 jaar bestaande jaarboek van het Genootschap. Ruim twintig auteurs schreven een bijdrage voor deze bundel. De bundel, maar liefst 640 pagina’s dik en rijk geïllustreerd, geeft een kleurrijk overzicht van de geschiedenis van het Genootschap en stond onder redactie van dr. Francien Petiet, prof. dr. Henk Nellen en prof. dr. Arjan van Dixhoorn. Samen met deze dikke pil werd ook de bundel met alle verslagen van de werkgroepen, redacties, commissies en conservatoren gepresenteerd.

Ter opluistering was een forumdiscussie met vijf deskundigen uit het hele land georganiseerd over het belang van ‘Citizen science’: wetenschapsbeoefening door niet-wetenschappers. Na afloop konden de aanwezige leden direct een exemplaar van de twee boeken meenemen: samen ruim twee kilo!

Met veel dank aan de redactie en de auteurs voor de artikelen en het redactiewerk, én aan en Dtp-Plus en Media58 voor het ontwerp, de  drukwerkverzorging en de zeer pro-actieve begeleiding.

 


Toespraak door jhr mr K.F.H. Schorer, voorzitter van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, bij de aanbieding aan mevr. Drs A. Pijpelink, gedeputeerde voor Cultuur van de provincie Zeeland, op 18 december 2019 van het eerste exemplaar van het speciale nummer van Archief  “Een hoger streven. Bouwstenen voor een geschiedenis van het Zeeuws Genootschap, 1769-2019”, uitgegeven ter gelegenheid van het 250-jarig jubileum van het Genootschap.

 Mevrouw de gedeputeerde, dames en heren,

Wij stellen het bijzonder op prijs dat u zich bereid heeft verklaard om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van dit jubileumnummer van ons jaarboek Archief, vooral ook omdat het Zeeuws Genootschap een bijzondere relatie met de provincie heeft. Ik kom daar straks nog op terug. Eerst wil ik  u laten weten hoe blij ik ben dat dit boekwerk tot stand is gekomen. Het heeft veel bloed, zweet en tranen gekost, van de ruim auteurs, maar vooral van de redactie onder voorzitterschap van Francien Petiet en verder bestaande uit Arjan van Dixhoorn en Henk Nellen. Als ik dit jaar naar de Zeeuwse Bibliotheek ging, dan kon het bijna niet missen of ik zag hen drieën daar in het leescafé zeer geconcentreerd bezig. De titel van de bundel is bescheiden: bouwstenen voor een geschiedenis van het Zeeuws Genootschap, maar in het boekwerk worden vrijwel alle facetten van 250 jaar Zeeuws genootschapsleven belicht. Ik denk dat we kunnen zeggen dat dit boekwerk een zeer nuttige bijdrage levert aan de beschrijving van de culturele geschiedenis van Zeeland. Ik wil dan ook namens het bestuur van het Genootschap de auteurs, de meelezers, de redactie en eindredacteur Veronica Frenks bijzonder hartelijk bedanken voor hun niet aflatende inzet en moeite om dit magnum opus – want zo mag het wel genoemd worden – te realiseren.

Maar dames en heren, dit is niet het enige deel van Archief dat vandaag gereed gekomen is. Voor het eerst wordt er een deel II gepresenteerd. We hebben namelijk het jaarverslagdeel en het deel met de wetenschappelijke artikelen gesplitst. We denken dat dat beide delen ten goede zal komen.  Vandaar in het vervolg een aparte redactie onder leiding van Peter van Druenen voor het jaarverslagdeel, zodat alle wederwaardigheden van het genootschap, in dit geval van de jaren 2017 en 2018, keurig op schrift staan en geconsulteerd kunnen worden bij de voorbereiding van ons driehonderdjarig bestaan in 2069.

Dan nu wat meer over de relatie provincie – genootschap. Als je deze relatie over de afgelopen 250 jaar bekijkt, dan stel ik vast dat het Genootschap veel aan de provincie te danken heeft. Dat begon al bij de oprichting van het Genootschap toen de  Staten van Zeeland in hun wijsheid besloten dat het geen Vlissingse club mocht zijn, maar dat het een Zeeuws Genootschap moest zijn, ongetwijfeld bedoeld als Zeeuwse tegenhanger van het genootschap dat toen al 17 jaar bestond in het gewest Holland, te weten de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen.  Zeeuws breed dus. Dat was enerzijds veel eer voor zo’n pas opgerichte, maar reeds zeer actieve vereniging uit Vlissingen, anderzijds was het een lastige opdracht, waar we eigenlijk al 250 jaar mee worstelen.  Ons bewust van het Walcherse imago van het Genootschap hebben we dit jaar bij de viering van ons jubileum met opzet ook de samenwerking gezocht met musea en gemeenten buiten Walcheren, zoals Axel, Goes, Tholen, Zierikzee en Sluis.

We zullen zien of het helpt, maar zoals een Zeeuws-Vlaams lid van onze Werkgroep Geologie mij onlangs zei: Alle activiteiten van het Genootschap vinden in Middelburg plaats. Vanuit Zeeuws-Vlaanderen is dat best een eind + 2x tol. Daar is weinig tegenin te brengen. En niets is zo lastig om van een imago af te komen dat je al meer dan twee eeuwen met je meedraagt.

Na de oprichting in 1769  ging het Genootschap zijn eigen weg met verzamelen, bestuderen en tentoonstellen van bijzonder voorwerpen en met kennisontwikkeling en kennisoverdracht in Zeeland, een hoger streven waar we nog steeds opgewekt mee bezig zijn.

Het verzamelen ging zeer voorspoedig. Er was een eigen genootschapsmuseum in Middelburg, eerst in de Latijnse Schoolstraat en daarna in de Wagenaarstraat, waar de collectie ten toon werd gesteld. Toch dwong ruimtegebrek het Genootschap om bij de provincie aan te kloppen. Gelukkig niet tevergeefs en zo werden rond 1900 de boeken en de handschriften van het genootschap ondergebracht in de Provinciale Bibliotheek van Zeeland, overigens met het bekende rampzalige gevolg in 1940.

In de jaren zestig van de vorige eeuw zag het genootschap zich gedwongen om het eigen beheer van de collectie op te geven. Opnieuw bracht de provincie uitkomst:  een groot deel van de collectie verhuisde naar het Zeeuws Museum en een deel van de archeologische collectie naar de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, thans Erfgoed Zeeland, instellingen, waar we uitstekend mee samenwerken. Naast natuurlijk het Zeeuws Archief waar onze Zelandia Illustrata prima wordt beheerd.

Eind jaren negentig had het Genootschap het moeilijk en ook toen kwam de provincie te hulp en zette het Genootschap weer op het goede spoor. Tenslotte heeft de provincie ook bij de voorbereidingen van ons 250-jarig jubileum een belangrijke rol gespeeld: de Commissaris van de Koning was meteen bereid voorzitter van het Comité van Aanbeveling te worden en opende voor de voorzitter van onze Jubileumcommissie, Maarten Steenbeek, deuren bij het Zeeuwse bedrijfsleven, dat vervolgens met gulle gaven over de brug kwam. Ook kregen we een meer dan royale gift van de Stichting Zeeuwse Publieke Belangen voor onze succesvolle YESC-prijsvraag voor Zeeuwse jongeren, die hen bewust heeft gemaakt van de urgentie van de energietransitie in Zeeland.

Mede hierdoor hebben we een fantastisch jubileum kunnen vieren met als hoogtepunten een prachtig boek over de geschiedenis van onze collectie, een feestelijke viering met onze beschermvrouwe Prinses Beatrix, een aantal mooie tentoonstellingen in de hele provincie, de YESC-prijsvraag en vandaag het jubileumnummer van Archief als bijna sluitstuk. Bijna omdat we op 11 januari nog een symposium in Sluis organiseren.

Maar, en dat zeg ik met nadruk, het jubileum was niet mogelijk geweest zonder de inzet en steun van onze actieve leden, waarvan velen hier aanwezig. Zij hebben dit jubileum gedragen en gerealiseerd. Hulde.

Tenslotte nog dit: het volgende jubileum komt er al weer aan. Dat is ook voor u, mevrouw de gedeputeerde, van belang. Want in 2023 is het 700 jaar geleden dat bij de vrede van Parijs in 1323 het graafschap Zeeland gesticht werd. Onze werkgroep Cultuurhistorie is voornemens om uitgebreid aandacht te besteden aan dit heuglijke feit.

Eén exemplaar van het jubileumnummer van Archief hebben wij laten inbinden en het is met zeer veel plezier en enige trots dat ik u, mevrouw de gedeputeerde, dit als eerste exemplaar wil overhandigen, waarbij ik de hoop wil uitspreken dat de relatie Genootschap – Provincie zo goed mag blijven als deze de afgelopen 250 jaar geweest is.