Druk bezochte opening van de jubileumexpositie ‘Op reis met Willem V’

29 oktober 2019

“Wat zagen stadhouder Willem V, zijn gemalin Wilhelmina van Pruisen en hun drie kinderen, waaronder de latere koning Willem I, toen zij in 1786 een rondreis door Zeeland maakten? Reis mee met de vorstelijke familie aan de hand van afbeeldingen van Zeeuwse steden en dorpen uit de Zelandia Illustrata en voorwerpen uit de genootschapscollectie en de kunstcollecties van de gemeenten Middelburg en Veere.”

Op dinsdag 29 oktober werd de jubileumexpositie ‘Op reis met Willem V. Een vorstelijke reis door achttiende-eeuws Zeeland’ geopend door de commissaris van de Koning, Han Polman en de voorzitter van het Zeeuws Genootschap Hugo Schorer. Voorafgaand aan de opening vertelden Hannie Kool-Blokland en conservator Anna de Bruyn de overvolle zaal in het Zeeuws Archief over de historische achtergronden.

De expositie duurt tot 2 mei 2020
Zeeuws Archief, Hofplein 16, 4431 CK Middelburg
Openingstijden: maandag t/m vrijdag en elke eerste zaterdag van de maand, behalve januari: 09.00-17.00 uur.
Toegang gratis.

 

Toespraak van jhr mr K.F.H. (Hugo) Schorer, voorzitter van het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, gehouden bij de opening op 29 oktober 2019 van de tentoonstelling “Op reis met Willem V” in het Zeeuws Archief te Middelburg.

 Dames en heren,

Met veel genoegen heb ik gevolg gegeven aan het verzoek om kort iets te zeggen bij de opening van deze tentoonstelling, natuurlijk vooral omdat deze tentoonstelling tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met Anna de Bruyn, Veronica Frenks en Ineke Vogel, conservatoren van het Zeeuws Genootschap, maar ook omdat voor deze tentoonstelling geput is uit één van onze belangrijkste collecties, de Zelandia Illustrata, in bruikleen bij het Zeeuws Archief en tenslotte omdat deze tentoonstelling plaatsvindt in het kader van het 250-jarig bestaan van ons Genootschap. Zoals ik zei is de Zelandia Illustrata één van onze belangrijkste collecties, maar deze collectie wordt normaliter niet tentoongesteld, vandaar dat we zo blij zijn met dit initiatief van het Zeeuws Archief. Dat het materiaal zelden getoond wordt, betekent niet dat de collectie niet toegankelijk is, want tegenwoordig is de hele collectie gedigitaliseerd en via internet te raadplegen. Gelukkig konden eind vorig jaar de laatste kaarten en afbeeldingen ook gedigitaliseerd worden dankzij een royale gift van Oceanwide Expeditions in Vlissingen.

Bij de voorbereidingen van ons 250-jarig jubileum hebben wij al vroeg besloten dat we in het jubileumjaar de nadruk wilden leggen op onze unieke collectie, die we in die 250 jaar hebben opgebouwd.

Dat heeft geleid tot maar liefst vijf tentoonstellingen (deze meegerekend) in de provincie:  een tentoonstelling in het museum het Warenhuis in Axel met fossielen en bijzondere bodemvondsten uit Zeeuws-Vlaanderen, een tentoonstelling in het Historisch Museum de Bevelanden in Goes met unieke munten en penningen, een tentoonstelling in Terra Maris in Oostkapelle met vondsten van het strand Oostkapelle-Domburg uit onze archeologische collectie en een tentoonstelling in het Stadhuismuseum in Zierikzee met bijzondere fossielen.

Bovendien heeft het Zeeuws Museum ter gelegenheid van ons 250-jarig bestaan de Wonderkamers opnieuw ingericht met een bijzonder mooie presentatie. De tentoonstellingen in Terra Maris en in Zierikzee kunt u nog bekijken, evenals de Wonderkamers natuurlijk.

Het onderwerp van deze tentoonstelling in het Zeeuws Archief geeft mij gelegenheid om wat dieper in te gaan op de relatie van het Genootschap met de Oranjes. Deze is vrij hecht want sinds Prins Willem V het protectoraat in 1769 aanvaardde, staat in onze wet de bepaling: het protectoraat van het Genootschap wordt aangeboden aan de Koning der Nederlanden;  en dat is ook altijd gebeurd en altijd aanvaard, maar niet gedurende de hele periode van 250 jaar. In de woelige tijden tussen 1795 en 1814, toen het Genootschap verhuisde van Vlissingen naar Middelburg, was er geen Oranjeprotector. Die periode was echter niet geheel protectorloos, want in 1806 werd Nederland een koninkrijk met een koning, zij het geen Oranje, maar Lodewijk Napoleon, voor het Genootschap koninklijk genoeg om hem het protectoraat aan te bieden. Hij was protector van 1806 tot 1810, toen hij ruzie kreeg met zijn broer Keizer Napoleon, die vervolgens ons land annexeerde. Daarna, op 19 september 1814, aanvaardde Koning Willem I het protectoraat en vanaf die tijd was het allemaal Oranje tot Koningin en nu Prinses Beatrix toe.

Wat hield dat protectoraat nu in? Wel, dit wordt zeer divers ingevuld. Prins Willem V kwam op 3 juli 1786 op bezoek bij het Genootschap, toen nog in Vlissingen, onderwerp van deze tentoonstelling. Daar weten we verder weinig van, behalve dat het bestuur een commissie ter begroeting heeft ingesteld, bestaande uit toenmalig president van het Genootschap Winckelman en de bestuursleden Changuion en Paspoort.  Een paar dagen daarvoor, zo blijkt uit de notulen van de Algemene Vergadering van het Genootschap van 6 oktober 1786, is de Prins samen met Prinses Wilhelmina en hun drie vorstelijke spruiten, zoals hun kinderen toen werden aangeduid, op 27 juni ontvangen op het stadhuis in Vlissingen. Daar wordt hij onder meer toegesproken door Winckelman. Deze bedankt Willem V nog eens voor het aanvaarden van het Protectoraat en vermeldt dat het Genootschap dankzij de goedkeuring van de Zeeuwse Staten inmiddels een Zeeuws Genootschap is geworden. Hij wijst er op dat het Genootschap reeds elf van de jaarlijkse verhandelingen aan de Prins heeft mogen aanbieden en dat deze verhandelingen ook nuttig kunnen zijn voor de vorstelijke spruiten, die ongetwijfeld voorbestemd zijn voor hoge posten. Zo gaat het Genootschap door – aldus de president – om conform zijn eerste Grondwet “God te verheerlijken en de evenmens nuttig te zijn”. Tenslotte beveelt hij het Genootschap in de bescherming van Willem V aan, die hem vervolgens verzekert dat de bevordering van alle nuttige Konsten en Wetenschappen hem steeds aangenaam is en dat hij gaarne aan het Genootschap zijn protectie zal blijven verlenen. Meer heb ik over de contacten tussen Prins Willem V en het Genootschap bij diens bezoek aan Zeeland in 1786 niet kunnen vinden.

Dan de volgende protector, Koning Lodewijk Napoleon. Ook hij bezoekt het Genootschap, inmiddels gehuisvest in het Museo Medioburgense in Middelburg, en wel op 15 mei 1809, maar dat niet alleen: hij schenkt fl. 6000 aan het Zeeuws Genootschap en het Natuurkundig Gezelschap samen. Fl. 4000 gaat naar het Genootschap en fl. 2000 naar het Natuurkundig Gezelschap.  Voor die tijd geen geringe bedragen. Daarna heeft het Genootschap nooit meer zo’n gulle protector gehad.

Acht jaar later, in 1817, komt Koning Willem I naar Middelburg voor de opening van de Nieuwe Haven. Hij bezoekt het Genootschap en bezichtigt onder meer de stoffelijke resten van Rooms-koning Willem II.  Het Genootschap verzoekt hem om een jaarlijkse bijdrage. Er komt fl. 1000 binnen, maar daar blijft het bij.

Wat mij is opgevallen, is dat president Lambrechtsen in zijn feestrede bij het vijftigjarig bestaan van het Genootschap in 1819 met geen woord rept over deze relaties met het Oranjehuis en Lodewijk Napoleon. Kennelijk wilde hij liever geen aandacht meer besteden aan deze barre tijden, misschien ook niet zo verwonderlijk als je eigen huis in Vlissingen in 1787 door oranjegezinden geplunderd is.

Vervolgens is het een tijdje stil, maar in 1862 komt Koning Willem III naar Zeeland. Hij brengt een uitvoerig bezoek aan de collectie van het Genootschap in het  Museo Medioburgense en bezichtigt de portretten, de naturalia, het planetarium, het wiel van Michiel de Ruyter, boeken, handschriften, kaarten, penningen en munten.

In augustus 1894 komen Koningin-regentes Emma en Koningin Wilhelmina – dan 14 jaar –  op bezoek. Zij zijn maar liefst vier dagen op Walcheren en bezoeken ook het museum van het Zeeuws Genootschap, dan in het gebouw hier tegenover. Zij worden ontvangen door het voltallige bestuur en een aantal conservatoren, die toelichting geven op de collecties, waaronder de Zelandia Illustrata. Zij zijn vooral onder de indruk van de zogenaamde Ouderwetsche Kamer, een kamer van een boerengezin, zoals die er toen veel waren in Zeeland en die is ingericht in het museum. Zij krijgen tenslotte een aantal fotografieën van voorwerpen uit het museum ten geschenke.

Voor zover mij bekend heeft Koningin Juliana nooit een bezoek aan het Genootschap gebracht. Maar zij verleent het Genootschap in 1969 wel het predikaat “Koninklijk” en daar waren we natuurlijk ook heel erg blij mee.

Vervolgens duurt het tot 1994 wanneer toen nog kroonprins Willem Alexander op bezoek komt ter gelegenheid van de viering van het 225-jarig bestaan van het Genootschap. Hij woont dan op 25 januari de opening van het jubileumjaar bij in het stadhuis te Vlissingen. Hij krijgt de gouden erepenning van het Genootschap met het verzoek die aan zijn moeder Koningin Beatrix, de protector, te geven. Zelf krijgt hij een bijzondere uitgave van de Encyclopedie van Zeeland, een magnum opus in drie delen van het Genootschap.

Tenslotte mochten wij op 15 juni jl. Prinses Beatrix, nog steeds onze Beschermvrouwe, ontvangen bij de feestelijke viering van het 250-jarig bestaan in de Sint Jacobskerk in Vlissingen.

Al met al hebben van onze protectoren als ik het goed heb, alleen Koning Willem II en Koningin Juliana geen bezoek aan het Genootschap gebracht, een score waar zij en wij best trots op mogen zijn.

Mooi dat er dan nu in ons jubileumjaar een tentoonstelling is over het bezoek aan Zeeland van onze eerste protector Prins Willem V.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.