Zeeuwse publicaties onder de aandacht

Zeeuwse publicaties onder de aandacht:

Deze rubriek hebben wij gemaakt om u te attenderen op nieuwe Zeeuwse uitgaven. Deze is niet compleet, maar een greep uit de vele publicaties die uitkomen.

Voor een Zeeuwse boeken verwijzen wij u naar: http://zeelandboeken.pzc.nl/

Tips zijn welkom.

Zeeuwse Meesters uit de Gouden Eeuw – Een selectie uit de Goedaert collectie – Katie Heyning


Kunsthistorica Katie Heyning heeft in haar boek Turbulente tijden – Zorg en materiële cultuur in Zierikzee in de zestiende eeuw (2017) bewezen dat er in die tijd met regelmaat grote aantallen schilderijen voorkomen in de boedels van Zierikzeese families. Haar onderzoek in het archief van de Weeskamer van Zierikzee breidde zij uit naar het midden van de zeventiende eeuw. Dit resulteerde in de publicatie Zeeuwse Meesters uit de Gouden Eeuw – Een selectie uit de Goedaertcollectie, die gelijktijdig met de opening van de gelijknamige tentoonstelling in het Stadhuismuseum verschijnt.

WBooks – ISBN 9789462582644 – 96 pagina’s

 

Societeit van Essequeo – Ruud Paesie

De maritieme geschiedenis van Middelburg kent een lange traditie van handels- en scheepvaartorganisaties, zoals de VOC, WIC en MCC. Minder bekend is de in 1771 opgerichte ‘Societeyt ter Navigatie op Essequebo en annexe Rivieren’. Doorgaans afgekort tot Sociëteit van Essequebo (SvE). De oprichting was het gevolg van een decennialange belangenstrijd tussen Amsterdam en Middelburg om de Zuid-Amerikaanse kolonie Essequebo en Demerary, het huidige Guyana. Om de Zeeuwse krachten te bundelen trok de Sociëteit kapitaal aan door middel van een aandelenemissie, waarvoor zo’n 180 aandeelhouders tekenden. Daarmee kochten de gekozen directeuren fregatten aan voor de vaart op de genoemde kolonie.

Tot op heden is nauwelijks aandacht besteed aan dit maritieme bedrijf. Deels kan dit verklaard worden door gemis aan bronnenmateriaal, want tijdens de oorlogsbrand van mei 1940 ging het stadsarchief van Middelburg in vlammen op. De toen al incomplete bedrijfsadministratie van de SvE ging daarbij volledig verloren.

Ondanks dit gemis aan archiefmateriaal is de auteur erin geslaagd om de geschiedenis van dit scheepvaartbedrijf te reconstrueren. Daarvoor onderzocht hij enkele tientallen Nederlandse archiefcollecties en documenten in particulier bezit. Met deze studie wordt een onderbelicht stukje geschiedenis uit het Nederlandse maritieme verleden aan de vergetelheid onttrokken.
Uitgeverij Den Boer | De Ruiter, 164 pagina’s.

De uitgave van Turbulente tijden – Katie Heyning

Zorg, leefomgeving en materiële cultuur vormen de hoofdthema’s in dit boek dat gebaseerd is op het zestiende-eeuwse weeskamerarchief van Zierikzee. Boedelinventarissen, rekeningen en persoonlijke papieren geven een goed beeld van het leven van de bovenlaag van de maatschappij in wat eens – politiek en economisch – de tweede stad van Zeeland was. De bewaarde bronnen tonen aan dat de relaties tussen Zeeland en de zuidelijke gewesten gedurende de woelige zestiende eeuw veel nauwer waren dan tot nog toe bekend en laten zien hoe politieke en maatschappelijke ontwikkelingen het dagelijks leven beïnvloedden. Analyse van het materiaal leidde tot nieuwe inzichten op terreinen als zorg, onderwijs, kleding en de inrichting van winkels en woonhuizen, die verschillende gangbare opvattingen opzij zetten. Veel eerder dan in Holland blijken nieuwe ontwikkelingen op het gebied van kunst en materiële cultuur door de Zeeuwse stedelijke elite te zijn omarmd.
ISBN: 9789087046408 – 317 blz.

Badhotel Domburg – Veronica Frenks

img_0704

Waarom kwamen er zoveel bijzondere mensen naar het Badhotel? Die grote vraag dringt zich op bij de bestudering van 150 jaar Badhotel. Bij het zien van de ‘vreemdelingenlijsten’ in het Domburgsch Badnieuws valt op dat er veel leden van Europese vorstenhuizen naar Domburg komen, rijke fabrikanten elkaar ontmoeten op het strand of duin van Domburg, dat vooraanstaande intellectuelen de zomer doorbrengen in het Badhotel.

 Wat deden ze daar? Ze kwamen er vaak met groot gevolg, zowel familieleden als bedienden. Van een aantal weten we dat ze voor de beroemde dokter Mezger kwamen, maar dat geldt lang niet voor allemaal.

 Zochten ze een combinatie van kust, comfort en rust? Zochten ze elkaar op? Was Domburg het zomers paradijs?

 Precies zullen we het nooit weten. In dit boek gaan we wel op zoek naar de geschiedenis van het Badhotel en naar hoe die samenhangt met de geschiedenis van het toerisme in Domburg. Tot een conclusie komt het niet. De magie van Domburg in het algemeen en die van het Badhotel in het bijzonder blijft enigszins een geheim.

http://www.maplume.nl/nl/publicaties/


Naar Zeeland
– Ad Beenhakker

naar-zeeland-voorkant-omslag

Vele generaties kunstschilders uit Nederland en buitenland hebben zich laten inspireren door de schoonheid van het Zeeuwse landschap. Zij kwamen dikwijls van ver om het vlakke polderland met zijn akkers en weiden, duinen, wateren en hoge luchten vast te leggen. Ook schilders van eigen Zeeuwse bodem lieten zich niet onbetuigd. Toch duurde het lang voordat het Zeeuwse landschap door de schilders werd ontdekt. In de zeventiende eeuw, toen grote kunstenaars als Van Goijen en Ruisdael het Hollandse landschap vastlegden, beperkten de Zeeuwse schilders zich tot gezichten op steden, schepen en de zee. Pas toen de provincie door trein, tram en stoomboot beter bereikbaar was geworden, stroomden de kunstenaars toe.
Dit boek laat aan de hand van zestig schilderijen zien op hoeveel verschillende manieren het Zeeuwse landschap gedurende ruim twee eeuwen, van 1800 tot nu toe, door de schilders werd benaderd: van realisme en impressionisme tot abstract toe, in een feest van ruimte en kleur.

naarzeelandkunstboek.nl

 

Slavenopstand op de Neptunus – Ruud Paesie

omslag-boek-slavenopstand-op-de-neptunus-1

In oktober 1785 brak op de Neptunus een slavenopstand uit, kort voordat het uit Zierikzee afkomstige, maar in Amsterdam uitgeruste schip de oversteek van West-Afrika naar Amerika zou maken. De muitende slaven slaagden er zelfs in de macht op het schip over te nemen. In de daaropvolgende uren ontbrandde een hevig vuurgevecht rondom de Neptunus, waarbij de Nederlanders steun kregen van vele tientallen bewapende Afrikanen en Engelsen die met allerlei vaartuigen toegeschoten waren. Een enorme explosie in de kruitkamer maakte een einde aan de gevechten en de Neptunus spatte uiteen. Alle opstandige slaven en een groot aantal Afrikanen en Europeanen kwamen daarbij om. In totaal verloren zo’n 400 mensen het leven.

Hoewel historicus Piet Emmer dit ‘de meest dramatische opstand aan boord van een Nederlands slavenschip’ noemt, kreeg deze slavenopstand tot op heden nauwelijks aandacht. Was de explosie het gevolg van een verdwaalde kogel in de kruitkamer, zoals sommige historici menen, of hebben de voor hun vrijheid strijdende slaven in een ultieme wanhoopsdaad het schip zelf opgeblazen?

Op basis van diepgaand bronnenonderzoek, in binnen- en buitenlandse archieven, is Ruud Paesie erin geslaagd om deze rampzalige slavenreis nauwgezet te reconstrueren. Hij geeft niet alleen antwoord op de hierboven gestelde vraag, maar zijn onderzoek levert ook nieuwe inzichten op over de betrokkenheid van Zierikzeese kooplieden bij de Nederlandse slavenhandel en de niet eerder beschreven wijze waarop die georganiseerd was. Bovendien komt de auteur tot de opzienbarende conclusie dat de slavenopstand op de Neptunus de meest dramatische is geweest uit de meer dan drie eeuwen omvattende geschiedenis van de trans-Atlantische slavenhandel.

www.paesie.nl

 

‘Het pryeel van Zeeland’. Buitenplaatsen op Walcheren 1600-1820 – Martin van den Broeke

Dit proefschrift onderzoekt welke motieven en functies ten grondslag lagen aan de ontwikkeling van de buitenplaatscultuur op Walcheren in de periode 1600-1820, en hoe die de aanleg en vormgeving van buitenplaatsen bepaalden. Walcheren heb ik als casus gekozen omdat de voornaamste steden van Zeeland daar lagen en hier gedurende de hele zeventiende en achttiende eeuw een omvangrijke en markante buitenplaatscultuur bestond. Bovendien is er rijk bronnenmateriaal beschikbaar.

Buitenplaatsen verenigden meerdere functies in zich en de verhouding daartussen varieerde al naar gelang de motieven van de eigenaar om een buitenverblijf te willen hebben. Vermaak en het tonen van aanzien zijn constante factoren, maar met name in de zeventiende eeuw waren buitenverblijven wel degelijk onderdeel van het economisch verkeer. Verder kon een buitenplaats voor stedelingen met ambachtsheerlijkheden de verbeelding van die ambachtsheerlijke macht vormen.

Ik onderzoek deze ontwikkelingen door drie zones rond de stad te onderscheiden: de singel, de stadsrandzone van drie tot vier kilometer rond de stad en het platteland daarbuiten. Zo breng ik de motieven en functies die verbonden waren met de buitenplaatscultuur op Walcheren in beeld voor elk van die zones en toon de verschillen tussen de zones.

Deze buitenplaatscultuur was nauw verbonden met de regionale context, maar toont ook de rijkdom en variatie van die in de Republiek als geheel.